Parkeren

Verboden stilstaan en parkeren

Font Size

Een bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan:

Het gaat hierbij dus niet alleen om auto’s maar alle voertuigen.

  • Op een kruispunt of een overweg.
  • Op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook.
  • Op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan.
  • In een tunnel.
  • Bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering, dan wel ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord. (ervoor en erna) Het stilstaan bij een bushalte geldt dus niet voor het onmiddellijk in en uit laten stappen van passagiers.
  • Op de rijbaan langs een busstrook.
  • Langs een gele doorgetrokken streep.

Een bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:

  • Bij een kruispunt, op een afstand van minder dan vijf meter daarvan.
  • Voor een inrit of een uitrit. (dus ook je eigen uitrit niet)
  • Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg ( wel in de berm tenzij dit specifiek wordt verboden)
  • Voor een voertuig dat niet behoort tot de op het bord of het onderbord aangegeven voertuigcategorie
  • Op een andere wijze dan op het bord of op het onderbord is aangegeven.
  • Op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden.
  • Langs een gele onderbroken streep.
  • Op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.
  • Op een parkeerplaats voor vergunninghouders.
  • Op andere uren dan op een onderbord zijn vermeld.
  • De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren
  • Anders dan in parkeervakken als deze zijn aangebracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *